Vortrag

Eine neue Politik für Flandern: Die ersten sechs Monate der neuen Regierung unter der Führung der CD&V

.

Details

Vortrag

Am 3. Februar lud das Europabüro der Konrad-Adenauer-Stiftung in Brüssel zu einer Vortragsveranstaltung mit dem Ministerpräsidenten der flämischen Gemeinschaftsregierung, Herrn Yves Leterme, ein. Unter dem Titel "A New Flanders Policy: The first six months of the new government under the CD&V leadership" rekapitulierte Leterme das Erreichte, betonte die Schwerpunkte der neuen Regierung im Vergleich zu seinen Vorgängern und strich die noch zu erledigenden Aufgaben hervor.

Nachfolgend finden Sie den Redetext von Herrn Leterme abgedruckt.

Mijnheer de Directeur,

Dames en Heren,

De politieke context / de Christen-democratie in Vlaanderen

De CD&V komt uit een bijzonder moeilijke periode van vijf jaren oppositie zowel op federaal als op Vlaams niveau. Dat is uiteindelijk, na het wegebben van de verwarring en de ontgoocheling, een periode van bezinning en hernieuwing geworden, afgesloten met het vernieuwingscongres van Kortrijk. Spijtig genoeg heeft de kiezer ons niet direct/dadelijk beloond voor onze hernieuwing, voor ons alternatief project, vermits hij bij de federale verkiezingen in juni 2003 de regering Verhofstadt versterkt in het zadel heeft gezet.

In de daaropvolgende maanden heb ik gepoogd de partij weer te versterken en voor te bereiden op de regionale verkiezingen van 2004. Ik heb dat gedaan door het programma van de partij inhoudelijk verder te verduidelijken en in een positief alternatief te vertalen, door een toch wel gewaagde personele vernieuwing door te voeren in de lijstvorming en tenslotte door met onze kartelvorming met de N-VA een hergroepering tot stand te brengen van de Vlaamse en Christen-democratische krachten. De kiezer heeft ons voor deze inspanningen (mislukkingen en andere) beloond want bij de regionale verkiezingen in juni 2004 zijn wij als grootste kartel uit de stembusgang gekomen.

Vooraleer verder te gaan en de regeringsvorming aan te snijden, wil ik enkele

kanttekeningen plaatsen bij de ingewikkelde politieke omstandigheden waarin in

dit land en in Vlaanderen moet worden gewerkt.

1.Een bijna hyperproportioneel kiesstelsel leidt tot een grote politieke versnippering – de vijf procent kiesdrempel heeft feitelijk weinig effect gehad. Een interessant aspect hieraan, en wellicht wordt dit wel bestudeerd door de Konrad Adenauer Stiftung, is de vraag of de vervluchtiging van de ideologie en de toestroom naar het politieke centrum die wij sinds geruime tijd meemaken, gevolgen zijn van de politieke versnippering of er daarentegen aan ten grondslag liggen.

2.Extreem rechts haalt tegenwoordig ongeveer 25% van de stemmen. Het cordon sanitaire is natuurlijk absoluut terecht, met ondemocratische partijen kunnen en mogen wij niet samenwerken, maar tegelijk beperkt het in belangrijke mate de mogelijkheden die er zijn om coalities en meerderheden tot stand te brengen.

3.Er zijn geen Belgische partijen in dit land, maar alleen Vlaamse en Waalse partijen die op regionaal niveau functioneren. Tegelijk hebben diezelfde partijen echter verantwoordelijkheid op federaal niveau, wat hen dikwijls in een moeilijke spreidstand brengt. Waar ligt nu hun loyauteit? Dit probleem wordt goed geïllustreerd door de SP.A maar vooral nog door de VLD – ik denk bvb. aan moeilijke en heikele dossiers zoals dat van DHL en onlangs nog dat van het jeugdsanctierecht.

4.In eenzelfde register liggen de moeilijkheden die de politieke asymmetrie met zich brengt. Verschillende coalities regeren op regionaal en op federaal vlak. Zo leidt de CD&V de Vlaamse regering maar zit zij federaal in de oppositie. Die asymmetrie is een logisch gevolg van onze staatsstructuur.

Andere kenmerken van ons federalisme zijn het centrifugale karakter ervan en het feit dat er slechts twee grote gemeenschappen zijn. Dat tweede kenmerkt brengt mee dat de conflicten die elk federaal model kent, bij ons steeds de twee zelfde gemeenschappen tegenover mekaar plaatsen.

Dergelijke asymmetrie moet en kan m.i. nochtans werken, op voorwaarde dat elkeen natuurlijk een zekere politieke deontologie naleeft. Zonder dergelijke deontologie, die in essentie neerkomt op “respecteer het gegeven woord”, wordt het natuurlijk moeilijk werken. De episode Brussel-Halle-Vilvoorde is een treffend voorbeeld.

U zal het met me eens zijn, deze “politieke omgeving” bemoeilijkt het politieke werk in zeer belangrijke mate. Ik gaf reeds enkele voorbeelden; de vorming van de Vlaamse regering is een ander voorbeeld.

CD&V/N-VA is als grootste kartel uit de Vlaamse verkiezingen gekomen en ik heb onmiddellijk de leiding op mij genomen van de regeringsvorming. Opnieuw, en dat zal u dus niet meer verbazen, in moeilijke omstandigheden.

Zo had Groen! al meteen voor de oppositie gekozen, wat toch wel iets wil zeggen over het verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef van deze partij. Inhoudelijk zou een samenwerking met deze partij toch wel moeilijk geweest zijn als je ziet dat hun dirigistische en starre manier van denken en beleidsvoering eigenlijk haaks staat op ons Christen-democratische model van verantwoordelijkheid geven.

Maar uiteindelijk ben ik er dus in geslaagd om op 35 dagen een vijfpartijenregering op de been te zetten, onder het zeer Christen-democratische motto “vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen”.

“Vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen”, is inderdaad de titel van het Vlaamse regeerakkoord. Het kan beschouwd worden als een variatie op het thema van Jan-Peter Balkenende: vasthouden en loslaten. Wij vinden inderdaad ook dat wie deel wil uitmaken van een gemeenschap niet alleen rechten heeft maar daartoe ook een stuk verantwoordelijkheid moet opnemen. Anderzijds moet de overheid haar regeldrift inperken en zowel individuele burgers als verenigingen de ruimte laten om maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen zonder overmatige betutteling of bureaucratie. Ook de overheid moet verantwoordelijkheidszin aan de dag leggen. Of om het met een moeilijk woord te zeggen: het principe van de subsidiariteit moet ook op en in het Vlaamse niveau volle toepassing krijgen.

  • *
Zes maanden Vlaams beleid.

Dames en heren, na deze penseeltrekken van het kader waarin wij werken, wil ik het hebben over zes maanden Vlaams beleid onder leiding van de CD&V.

  • *
Economie

Ondernemerschap, meer en betere jobs, een economische groei die jobs oplevert, zijn de absolute prioriteiten van deze regering. Zonder sterk economisch draagvlak kunnen wij onze ambities niet realiseren en kunnen wij niet inspelen op de uitdagingen van de toegenomen Europese en globale concurrentie en van de vergrijzing. Wij gaan dan ook alle hefbomen gebruiken die tot onze beschikking staan, maar laat me hier voor alle duidelijkheid wel preciseren dat in ons federaal systeem de deelstaten geen impact hebben op de sociale zekerheid - de loonkost - en op de vennootschapsbelasting - de fiscale druk.

Op het economische vlak kondigt 2005 zich vrij gunstig aan. De meeste financiële analisten zijn hoopvol voor het nieuwe jaar. Laat ons hopen dat hun voorspellingen uitkomen. Ons komt het nu toe om, met de reeds genomen beslissingen in de voorbije zes maanden, in 2005 de fundamenten leggen om de uitdagingen voor de komende jaren met succes aan te pakken.

Economie: gezonde financiële basis.

Wij hebben op Vlaams vlak alleszins reeds een gezonde financiële basis gelegd, nodig om een goede economie in de hand te werken. Bij de begrotingscontrole voor 2004 en de opmaak van de begroting voor 2005 zijn wij uitgegaan van het strengste traject van de Hoge Raad van Financiën. Wij boekten vorig jaar een overschot van 444 miljoen euro en dragen aldus meer dan ons deel bij tot de inperking van de globale openbare schuld van de overheden in dit land. Wij hebben daarenboven ook nog de nodige marges voorzien om een eventueel tegenvallende conjunctuur op te vangen. Deze overschotten zijn nodig om de toekomstige generaties niet te belasten met onze schulden.

Omdat dergelijke jaarlijkse begrotingsoefeningen toch grote tekortkomingen vertonen, willen wij met de Vlaamse overheid in de komende weken werk maken van een degelijke vijfjarenbegroting. Dat laat toe om de uitvoering van het regeerakkoord in een budgettaire meerjarenprogrammatie te verwerken en garandeert tevens de budgettaire orthodoxie. Het leidt ook tot politieke stabiliteit in een op zich niet evidente vijfpartijencoalitie.

Economie: ondernemerschap en werk.

Wij kiezen dus zonder aarzelen voor de prioriteit “ondernemerschap en werk”, dat is evident. Ik heb u al gezegd waarom.

Vlaanderen heeft grote troeven – zijn ligging, de creativiteit en hoge productiviteit van zovelen, uitstekend onderwijs, sterke KMO’s en noem maar op. Maar de concurrentie verhevigt en nu moeten wij verder werken aan een sterke economie, met ondernemerschap en innovatie als drijvende krachten en aan een economische groei die tot werkgelegenheid leidt.

Economie: innovatie.

Wij hebben gekozen voor een groeiprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, omdat in onze moderne hedendaagse economieën groei meer dan ooit het gevolg is van het vermogen om te vernieuwen en te creëren, om innovatie te integreren. Daarom is innovatie één van de schaarse domeinen waarvoor wij aanzienlijk méér middelen hebben uitgetrokken op de Vlaamse begroting. Wij zullen op korte termijn de fameuze Lissabon-norm van 3% voor onderzoek en ontwikkeling halen!

Economie: meer jobs.

Wij hechten groot belang aan de omzetting van deze economische groei in extra werkgelegenheid door de verhoging van de werkzaamheidgraad. Daarom moet de arbeidsmarkt meer open en mobieler worden.

Wij moeten de instroom van jongeren vergemakkelijken en de uitstoot van oudere werknemers tegengaan. Naast een kostenverlaging, meer permanente opleiding en een betere aanpak van de knelpuntberoepen, werden in de Vlaamse werkgelegenheidsconferentie binnen onze bevoegdheden twee nieuwe hefbomen voorzien, bedoeld om meer mensen vlugger aan het werk te krijgen: het gebrek aan voldoende stageplaatsen gaan we tegen door een deel van de kosten te laten dragen door de overheid, en via een lastenverlaging voor oudere werknemers die hun job verliezen bieden we hen een steun aan op de arbeidsmarkt. De werkloosheidsverzekering tenslotte moet dienen waarvoor zij is opgericht: mensen die hun job verliezen ondersteunen en hen weer aan het werk helpen mede via een gepaste arbeidsbemiddeling. Dat is precies wat wij sinds de zomer met de VDAB doen.

De kwestie van de mobiliteit zal moeten worden aangepakt. En hierbij denk ik niet alleen aan de fysieke mobiliteit van werknemers, maar ook aan de mobiliteit, de kruisbestuiving, tussen onderneming, overheid en onderwijs.

Economie: infrastructuur en ruimte.

Dames en heren, er is geen goede economie zonder goede economische infrastructuur. Vlaanderen is een toegangspoort naar het industriële Europa en de Europese markten. Deze troef moet gekoesterd worden. De Antwerpse haven is onze belangrijkste economische poort én één van de belangrijkste logistieke platformen van Europa. De ontsluiting daarvan staat dan ook bovenop onze prioriteitenlijst: de prefinanciering van de Liefkenshoek-spoortunnel in Antwerpen is rond en, niet in het minst, met Nederland werd de basis gelegd voor een akkoord over de verdieping van de Schelde. Tijdens mijn bezoek, vorige maand, aan mijn Nederlandse collega Jan-Peter Balkenende in Den Haag hebben wij er ons toe verbonden om te werken naar een algeheel akkoord tegen einde deze maand en naar de start van de verdiepingswerken in 2007.

Ook de luchthaven van Zaventem is een uiterst belangrijke economische poort die zich moet kunnen ontwikkelen. Daarom hebben wij na de DHL-mislukking het START-project opgezet dat zowel de luchthaven zelf als gans de regio ruimere kansen wil geven. Dit project zal in de eerstkomende maanden concreet gestalte krijgen.

Tenslotte pakken wij ook de missing links in het wegen- en spoorwegnet aan als deel van een globale mobiliteitsaanpak.

Uiteraard zijn er nog poorten en netwerken verspreid over heel Vlaanderen.

Behalve een goede infrastructuur heeft een goede economie ook nood aan ruimte om te ondernemen. De doelstelling van het regeerakkoord om tegen 2007 niet minder dan 7.000 ha aan bedrijventerreinen te realiseren, is in volle uitvoering. Maar de procedures zijn te omslachtig.

Economie: begeleiding en omkadering van bedrijven.

U weet hoezeer open de Vlaamse economie is: de buitenlandse handel is voor ons van levensbelang. Daarom werken wij nu aan de verdere verbetering van de omkadering en de begeleiding van onze exporterende bedrijven (FIT wordt opgericht). Trouwens wordt momenteel ook de structuur van de bedrijfsbegeleiding in het algemeen aangepast, op basis van de principes van het unieke loket en van het account management. Wij verwachten dat dit de kwaliteit van onze overheidsdienstverlening aan de bedrijven merkbaar zal verhogen en dat deze laatste zich mee daardoor nog meer zullen kunnen gaan toeleggen op waar ze goed in zijn: bedrijvig zijn!

Economie: vergunningsbeleid.

Van wezenlijk belang voor de economische bedrijvigheid in Vlaanderen, is het beleid inzake vergunningen allerhande maar vnl. toch inzake leefmilieu. De Vlaamse regering heeft hier het geweer van schouder veranderd. In plaats van tot in de kleinste details te gaan reguleren, zal zij voortaan doelstellingen vastleggen en veel meer vrijheid laten over de wijze waarop die doelstellingen worden bereikt. De figuur van de Minister van Leefmilieu staat hiervoor borg. Omgekeerd zal de Vlaamse regering zeer nauw gaan toezien op het bereiken van de doelstellingen.

Economie: onderwijs.

Goede ondernemers, goede infrastructuur, ruimte, goede begeleiding, noem maar op, het zal niet baten zonder goede en goed opgeleide werknemers. Wij mogen terecht fier zijn op de kwaliteit van ons onderwijs. Het werd recent nog maar eens bewezen in een internationale vergelijking. Er is echter nog ruimte voor vooruitgang, zeker wat betreft de gelijke kansen in het algemeen en voor de allochtonen in het bijzonder, maar ook wat betreft permanente opleiding en loopbaanbegeleiding.

Wij verwachten veel van de samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en hogescholen, maar tegelijk vinden wij dat deze associaties moeten worden uitgebreid naar de bedrijven en naar de overheden en dat daarbij ook de regionale dimensie ten volle moet spelen.

  • *
Dames en heren, ik had het tot nu vrij veel over “de economie” en over wat een “goede economie” allemaal veronderstelt. Maar het is de Vlaamse regering natuurlijk niet te doen om de economie op zich. Een goede economie moet ons de kansen en de middelen geven om iets te doen voor de maatschappij, om in te spelen op noden, wensen en zorgen.

De zorgzame s amenleving

Wij kiezen voor een zorgzame samenleving. Eén van de belangrijke uitgangspunten bij de afsluiting van het regeerakkoord was het wegwerken van de wachtlijsten die ontstaan waren in bepaalde sectoren zoals huisvesting, zorg, scholenbouw. Daarnaast zijn er ook voor openbare infrastructuur grote behoeften. Dit impliceert dat wij in de komende jaren hiervoor een bijzondere inspanning zullen moeten leveren. Dat zal niet alleen via de gewone begrotingsmiddelen moeten gebeuren. Vlaanderen kan omwille van de afspraken gemaakt binnen het stabiliteitspact hiervoor geen leningen aangaan, al heeft het vrijwel geen openbare schuld. Dit is nochtans economisch verdedigbaar voor investeringen met een rendement op langere termijn, en het is ook niet zinvol om deze investeringen cash te betalen zoals wij nu doen. Daarom zullen wij voor deze investeringen op zoek gaan naar formules van alternatieve financiering. Dit kan zowel via formules van publiek-private-samenwerking – zoals voor de Liefkenshoektunnel – als via andere formules van financiering waarbij opbrengsten uit de verkoop van activa kunnen “gerecycleerd” worden.

Beter bestuur

De kwaliteit en efficiëntie van het overheidsoptreden of het imago van een overheid overstijgen de loutere economische context, ook al zijn zij voor veel investeerders een belangrijke maatstaf bij het nemen van investeringsbeslissingen. Professor Wim Moesen stelt terecht dat het functioneren van de overheidssector een belangrijke factor is in de concurrentiepositie van een land. De overheid moet bescheiden zijn in de keuze van haar activiteitsdomein. Zij moet zich beperken tot haar kerntaken. De burger en de ondernemingen moeten ook weten wat zij van de overheid kunnen verwachten: deze moet voorspelbaar zijn en coherent blijven. Zij moet ook een gedegen antwoord bieden op reële vragen en problemen. Deugdelijk bestuur is dus een absolute noodzaak! Administratieve vereenvoudiging is hierin een belangrijk element, evenals het terugschroeven van overreglementering, het afschaffen van onnuttige rapportageverplichtingen en het tot redelijke proporties herleiden van formaliteiten allerhande. De Vlaamse regering onderwerpt sinds ongeveer zes weken al haar beslissingen aan een voorafgaande reguleringsimpactanalyse en maakt werk van decreten die de planlast verminderen.

Wij moeten onze ambities ook niet verder laten reiken dan wat wij in een open concurrentiele omgeving aankunnen. Daarom hebben wij in het regeerakkoord beslist dat wij bij de omzetting van Europese richtlijnen niet verder gaan dan de voorziene verplichtingen, tenzij er een brede maatschappelijke consensus is of er een duidelijke toegevoegde waarde is op het vlak van veiligheid, gezondheid of opbouw van technologische voorsprong.

Goed besturen betekent ook aandacht voor het bestuurlijk apparaat. De operatie “Beter Bestuurlijk Beleid” heeft tot doel om de performantie van de Vlaamse administratie op een hoger peil te brengen. Een vernieuwde organisatiestructuur zal toelaten om nog beter te werken. Zeer binnenkort worden de laatste knopen met betrekking tot de organisatiestructuur doorgehakt.

Inburgering

Ook inzake inburgering willen wij een beleidsverschuiving realiseren. Van de uitsluitend positief discriminerende doelgroepenaanpak van het verleden stappen wij over naar een individuele benadering waarbij individuele rechten en plichten op de eerste plaats komen te staan, maar wel met de nodige ondersteuning vanuit de overheid.

Daarnaast werd het aanbod van taalcursussen voor allochtone burgers reeds uitgebreid en werden de middelen voor de “huizen van het Nederlands” opgetrokken. Er worden gesprekken gevoerd met Turkse en Arabische vertegenwoordigers en er is een akkoord met de Moslimexecutieve tot oprichting van een Vlaamse kamer.

  • *
Mijnheer de directeur,

Dames en heren,

In de voorbije weken is er enige commotie geweest met betrekking tot het dossier van de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Dit is niet alleen een oude Vlaamse politieke eis maar ook een juridische noodzaak wil men het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel respecteren.

Belangrijker nog is het luik institutionele hervormingen in het Vlaamse regeringsprogramma. Hierover is het “Forum” van start gegaan met vertegenwoordigers van de politieke partijen die in de verschillende regeringen van dit land verantwoordelijkheid opnemen. De Vlaamse regeringspartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat een ruime overdracht van bijkomende bevoegdheden van het federale echelon naar de deelstaten noodzakelijk is. Dat is geen ideologische keuze maar een optie die is ingegeven door de zorg om goed bestuur.

Het is in het belang van Vlaanderen dat wij meer bevoegdheden, die rechtstreeks onze ontwikkeling en welvaart beïnvloeden, zelf kunnen uitoefenen. Wanneer wij merken dat op het federale niveau beslissingen uitblijven bij gebrek aan consensus, of erger nog, dat er beslissingen genomen worden die niet aansluiten bij onze maatschappelijke consensus in Vlaanderen, dan wordt het hoog tijd om deze bevoegdheden over te hevelen naar het Vlaamse niveau. Een beleidsniveau moet anno 2005 op elk van zijn bevoegdheidsdomeinen kunnen aantonen dat het een toegevoegde waarde heeft. Zonder in een polemiek te vervallen of mij te bemoeien met de federale aangelegenheden, moet ik toch vaststellen dat de aanpak van de eindeloopbaanproblematiek en de groei van de uitgaven met 9,4% in de ziekteverzekering, argumenten aanbrengen voor een vergaande federalisering van deze bevoegdheden. U kent de grote categorieën die wij in het regeerakkoord hebben opgesomd: gezondheids- en gezinsbeleid, fiscale en financiële autonomie, constitutieve autonomie, overheveling van de spoorinfrastructuur, een objectieve en transparante solidariteit en homogeniteit in de bevoegdheidspakketten. Vlaanderen is geen tegenstander van het federale België en van de andere overheden die daarvan deel uitmaken. Integendeel, Vlaanderen is een loyale en solidaire partner. Wij bewijzen dat, jaar na jaar, zowel in concrete dossiers als in onze jaarlijkse bijdrage tot de schuldafbouw. Wij vragen echter ook die bevoegdheden die wij nodig hebben om onze welvaart en ons welzijn in de toekomst te vrijwaren en verder uit te bouwen.

  • *
Mijnheer de voorzitter,

Dames en heren,

Ik heb U kort enkele klemtonen van ons beleid geschetst. Na zes maanden activiteit kan men vanzelfsprekend nog niet op alle domeinen de resultaten meten. Maar toch denk ik dat de Vlaamse regering nu al een aantal concrete zaken gerealiseerd heeft en een aantal andere op de sporen heeft gezet.

Wij willen het verschil maken door met de bevoegdheden en middelen waarover wij beschikken dag aan dag de problemen aan te pakken en echte oplossingen te bieden. Ons beleidsproject ‘Vertrouwen geven en verantwoordelijkheid nemen’ wil een positieve bijdrage leveren om Vlaanderen te versterken op drie domeinen. Door innovatie en meer ruimte voor ondernemen het economische draagvlak versterken en de vergrijzing opvangen. Werken aan een zorgzaam Vlaanderen dat iedereen meetrekt en antwoorden geeft op de verschraling van de samenlevingsverbanden, de veréénzaming en de verkleuring. Zorgen voor een goed bestuurd Vlaanderen met een betere en efficiëntere overheid, die vertrouwen geeft en verantwoordelijkheid opneemt.

Zum Kalender hinzufügen

Veranstaltungsort

Europabüro der Konrad-Adenauer-Stiftung, Avenue de L´Yser 11, 1040 Brüssel

Referenten

  • Herrn Yves Leterme
    • Ministerpräsident der Regierung Flandern
      Kontakt

      Dr. Peter R. Weilemann †

      Eine neue Politik für Flandern_ Die ersten sechs Monate der neuen Regierung unter der Führung der CD&V

      Bereitgestellt von

      Europabüro Brüssel